Samenwerken met hulpverleners

De ervaringsdeskundigheid van de naasten is van onschatbare waarde in de samenwerking met hulpverleners en de cliënt met suïcidale gedachten. Naasten kunnen bijvoorbeeld een cruciale rol op zich nemen als informatiebron of co begeleider, naast hun rol als mantelzorger. Maar om deze rol(len) te kunnen vervullen dient het naar omstandigheden goed te gaan met deze naaste.

Een basisset aan teksten om naasten te informeren bij suïcidaliteit.

In veel gevallen is er voor professionals geen kant-en-klare informatie die zij kunnen gebruiken om de naasten te informeren en ondersteunen. Daarom bieden wij onderstaand een bassisset aan teksten, welke gebruikt kunnen worden in de eigen brochure(s) en/of website(s) van GGZ-organisaties. Zo kan laagdrempelig antwoord gegeven worden op veel gestelde vragen van naasten. Deze informatie kan aansluitend als basis dienen voor verdere communicatie en samenwerking met naasten.


Als naaste hoef je er niet alleen voor te staan

Samenwerken met hulpverleners bij suïcidaliteit

Loader image

Als vader, moeder, kind, broer of zus, vriend of vriendin of partner zie je je dierbare worstelen met het leven. Jij worstelt mee. Je bent bang en ongerust en hebt allerlei vragen. Je wilt je dierbare helpen, maar weet niet altijd hoe.
Als naaste van iemand met suïcidaal gedrag sta je onder een enorme druk. Je maakt je continu zorgen of je dierbare zichzelf iets aandoet. Met deze informatie willen wij je informeren over wat jij zelf kunt doen en wat je van de hulpverlening kunt verwachten om jouw dierbare te helpen.

Om goed te kunnen samenwerken met je dierbare en de hulpverleners, is het goed om op de hoogte te zijn wat suïcidaal gedrag precies inhoudt. En om te begrijpen dat iemand die in de ban is van suïcidale gedachten vaak helemaal niet dood wil, maar vooral wil dat het psychische lijden ophoudt.

Suïcidaliteit omvat alle gedachten, wensen, fantasieën, voorbereidingshandelingen en pogingen met de intentie om zichzelf te doden. Ze komen voort uit het verlangen om een einde te maken aan een ondraaglijke situatie. Een einde aan de gevoelens van grote somberheid, radeloosheid, wanhoop en uitzichtloosheid. Voor mensen die kampen met suïcidale gedachten is het leven ondraaglijk, ze hebben het gevoel klem te zitten, en van dat leven willen ze worden verlost.

Deze gevoelens van radeloosheid worden vaak door meerdere factoren veroorzaakt, zoals psychische aandoeningen, schokkende en pijnlijke gebeurtenissen en/of grote tegenslagen of teleurstellingen. Iemand kan ook diep wanhopig zijn door het verlies van een dierbaar persoon, zoals een partner of kind. Of door schaamte, het gevoel geen kant uit te kunnen, eenzaamheid, isolement of andere uitzichtloze, sociale omstandigheden. Ook culturele factoren, geloof of geaardheid kunnen invloed hebben op suïcidaal gedrag.

Mensen met suïcidale gedachten kunnen op verschillende manieren worden behandeld, zowel thuis als in een kliniek. Ook medicijnen kunnen deel uitmaken van de behandeling. De aanpak richt zich op het suïcidale gedrag en onderliggende problemen. Onder andere door het bieden van veiligheid, hoop en psycho-educatie. Een belangrijk onderdeel van de behandeling gaat ook over terugvalpreventie. In een signaleringsplan, veiligheidsplan of crisiskaart wordt opgeschreven hoe iemand een nieuwe crisis kan herkennen, wat hij of zij dan kan doen en met wie contact opgenomen kan worden. Het is essentieel om hier als naaste bij betrokken te worden. Als dit onderwerp niet met jou als naaste besproken wordt, vraag hier dan naar bij de behandelaar.

Wanneer iemand met suïcidaal gedrag een acuut gevaar voor zichzelf vormt, kan het zijn dat hij verplicht wordt tot zorg. Deze zorg is geregeld in de Wet verplichte gezondheidszorg (Wvggz). Er zijn twee manieren waarop je dierbare verplichte zorg kan krijgen: door middel van een crisismaatregel en een zorgmachtiging. Daar lees je hier meer informatie over.

Als naaste ben je een bron van informatie en steun en zorg je mee voor de veiligheid van je dierbare. Voor het beste behandelresultaat werken cliënten, hulpverleners en naasten daarom samen. Dit heet ‘triadisch werken’. De Triadekaart is een handig hulpmiddel om het gesprek aan te gaan. De Triadekaart is gebaseerd op de Zorgstandaard Naasten. Nog niet elke hulpverlener kent deze zorgstandaard. Wijs hem of haar erop, bijvoorbeeld door deze informatie of de triadekaart mee te nemen naar gesprekken.

De omgang met een suïcidale dierbare is zeer belastend. Zorg er dus voor dat je de last niet in je eentje draagt. In alle gevallen is het belangrijk om je eigen netwerk in kaart te brengen en te organiseren. Zeker op het moment dat er sprake is van een wachttijd. De stichting Eigen Kracht Centrale kan je hierin bijstaan. Zij kunnen in situaties waarin het niet goed met je dierbare gaat een kring van mensen rondom hem of haar bij elkaar brengen. Onder andere door het aanbieden van Eigen Kracht-conferenties. Dit zodat een passend ondersteuningsplan voor jou en/of je dierbare kan worden gemaakt. Het plan overbrugt de wachttijd tot de juiste zorg en geeft handvatten om jou en je dierbaren in deze moeilijke en spannende periode te ondersteunen.

Misschien heb je al ervaring met de ggz, omdat je al contactpersoon en/of mantelzorger bent.  Het kan ook zijn dat de wereld van de ggz voor jou helemaal nieuw is. Dan wil je vast weten wat de werkwijze is en wanneer de behandeling start. Vraag de hulpverlener wat jij en je dierbare van hem/haar en de zorginstelling mogen verwachten.

Hulpverleners zijn gebonden aan hun beroepsgeheim. Als je kind jonger dan 12 jaar is, dan heb je als ouder recht op informatie. Bij jongeren tussen de 12 en 16 jaar beslissen je kind en jij samen. Vanaf 16 jaar moet een jongere de hulpverlener toestemming geven om jou als ouder informatie te geven.

In sommige gevallen kan het nodig zijn om dit beroepsgeheim te doorbreken als het belang van jouw dierbare in het geding is. Zeker in het geval van suïcidaliteit. De wetgeving geeft hulpverleners dan de ruimte om informatie met jou als naaste te delen. In dat geval is de zorgplicht belangrijker dan de geheimhoudingsplicht.

Houd er rekening mee dat je dierbare kan besluiten informatie liever niet met jou of zijn of haar familie te willen delen. Ondanks het feit dat bekend is dat het betrekken van naasten veel steun kan geven. Heb jij hiermee te maken of vind je het zelf moeilijk om met je dierbare te praten over zijn of haar suïcidale gedachten, dan kan De Vraagmaar app van 113 je helpen om het gesprek op een goede manier aan te gaan.

De eerste contactpersoon is voor hulpverleners het aanspreekpunt van de naasten. Het is goed om samen met je dierbare te bespreken wie als contactpersoon kan fungeren. Dat kun jij zelf zijn, maar dat hoeft niet. Ook andere naasten kunnen de rol van eerste contactpersoon op zich nemen. Maak duidelijke afspraken met je dierbare en de zorgverlener wie er wanneer en op welke manier bereikbaar is.

In de ggz (en het sociaal domein) kom je veel afkortingen tegen. Hieronder vind je een aantal afkortingen die voor jou als naaste relevant zijn:

  • CR - cliëntenraad
  • EV - eerste verantwoordelijke (ook wel: PB - persoonlijk begeleider)
  • FED - familie-ervaringsdeskundige
  • FNR - familie- en naastenraden
  • FVP - familievertrouwenspersoon
  • GV - geestelijk verzorger
  • KOPP/KOV - kinderen van ouders met psychische en/of verslavingsproblemen
  • MW - maatschappelijk werker
  • OCO - onafhankelijke cliëntondersteuner
  • POH GGZ - praktijkondersteuner huisarts
  • SPV - sociaal psychiatrisch verpleegkundige
  • WMO - wet maatschappelijke ondersteuning
  • Wvggz - wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
  • ZAG - zorgafstemmingsgesprek

Zie voor meer afkortingen deze afkortingenlijst.

Het is ingrijpend als je dierbare suïcidale gedachten heeft. Dat kan veel vragen oproepen. Bijvoorbeeld over de behandeling, of over zaken waar je zelf tegenaan loopt. Er zijn verschillende mensen die dan met je kunnen meedenken.

Zo kan een onafhankelijke cliëntondersteuner (OCO) ondersteuning bieden bij vragen over de zorg. Een OCO is, zoals de naam al zegt, onafhankelijk en komt dus op voor jouw belangen. Wanneer je het prettig vindt om contact te hebben met iemand die in dezelfde situatie heeft gezeten als jij, zoek dan uit of er bij de instelling een familie-ervaringsdeskundige (FED) werkzaam is. Deze biedt een luisterend oor en kan met jou bespreken hoe je je staande kunt houden. Daarnaast kun je een beroep doen op de familie- en naastenraad (FNR). Een familie- en naastenraad signaleert wensen, zorgen en problemen van naasten en denkt mee over oplossingen.

De familievertrouwenspersoon (FVP) heeft als taak om naasten te ondersteunen wanneer er sprake is van verplichte zorg. De FVP geeft informatie en advies, denkt met je mee en kan je als het nodig is bijstaan wanneer je een klacht hebt. Meer informatie hierover vind je op de website van de Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen.

Binnen (godsdienstige) levensovertuigingen en culturen wordt verschillend gekeken naar een zelfgekozen dood, naar pogingen om het leven te beëindigen of naar zelfbeschadiging. Er wordt misschien minder over gepraat of het wordt niet begrepen, veroordeeld of ontkend. Dat wil niet zeggen dat het niet voorkomt.

Wanneer de taal een belemmering is om over suïcidaliteit te praten, kan een tolk uitkomst bieden. Vind je het fijner om te praten met iemand die op de hoogte is van de gebruiken uit jouw eigen cultuur of levensovertuiging? Kijk dan of het mogelijk is om contact te hebben met bijvoorbeeld een voorganger, imam of geestelijk verzorger. Een geestelijk verzorger heeft vaak een spilfunctie, omdat hij nauw samenwerkt met andere disciplines binnen de zorginstelling.

Als je dierbare zegt dat hij niet meer wil leven komt dat hard aan. Je voelt je bang, machteloos, boos, verdrietig of schuldig. Je bent altijd alert en kunt schrikken van ieder telefoontje. Veel naasten vinden het lastig om anderen om hulp te vragen of zien zichzelf niet als mantelzorger. De toolkit ‘Vraagverlegenheid’ kan helpen om de vraag te durven stellen.

Het is goed om met de behandelaar van jouw dierbare te praten over jouw belasting en overbelasting. Je kunt ook de huisarts of de praktijkondersteuner (POH GGZ) vragen om ondersteuning voor jezelf. Verder kun je een beroep doen op een onafhankelijk cliëntondersteuner (OCO), het sociaal wijkteam, zelfregiecentra, diverse familie- en naastenorganisaties, steunpunten mantelzorg, geestelijk verzorgers, het Netwerk Ervaringsdeskundigen Suïcide Preventie, familie-ervaringsdeskundigen, 113 Zelfmoordpreventie en de Stichting Eigen Kracht Centrale. In de MIND-atlas vind je meer informatie over de beschikbare ondersteuning in jouw regio.

Zijn er ook jongere kinderen of broertjes en zusjes betrokken? Dan is het belangrijk extra alert te zijn. Als de naasten minderjarige kinderen zijn, kunnen het CJG of Veilig Thuis ondersteuning bieden.

De meeste mensen met suïcidale gedachten pakken hun leven na verloop van tijd weer op, maar helaas niet iedereen. Het overlijden van een dierbare is een ingrijpende gebeurtenis. Gebeurt dat door zelfdoding, dan is de schok extra groot. Rouwen en verwerken doet iedereen op zijn eigen manier. Op het platform Leven Na Zelfdoding vind je verschillende ondersteuningsmogelijkheden.

  1. Doe het niet alleen. De omgang met suïcidale mensen is zeer belastend. Zorg er dus voor dat je de last niet in je eentje draagt. Het kan spannend zijn om je eigen gevoelens te delen met je omgeving. Of je dierbare wil voor de buitenwereld verbergen dat het niet goed gaat. Bespreek dan samen wie je uit je netwerk kunt inschakelen.
  2. Zorg goed voor jezelf. Voorkom dat je overbelast raakt. Mentaal kun je meer aan als je goed blijft eten, slapen en bewegen. Zorg ook voor de nodige ontspanning tussendoor. Hoe groter jouw draagkracht is, des te beter je er voor je dierbare kunt zijn.
  3. Blijf goed met elkaar communiceren. Met elkaar in contact blijven kan eenvoudig via mantelzorgapps, WhatsApp, de app Signal of de Vraagmaar app.
  4. Zorg voor een overzicht van contactgegevens, zodat je daar niet naar hoeft te zoeken als je ze nodig hebt. Dus zowel gegevens van je dierbare als van familieleden, vrienden, de opname-afdeling, ambulant behandelaren, crisisdienst, huisarts en apotheek.
  5. Werk samen met professionals. Bespreek met de hulpverlener wat jij als naaste kunt betekenen en hoe jullie als bondgenoten kunnen samenwerken. Verlaat je met je dierbare even de afdeling of komt hij weer naar huis? Overleg met de behandelaar over do’s en don’ts. Jij bent niet als enige verantwoordelijk, doe het samen.

 “Naasten die geen ervaring hebben met de GGZ weten vaak niet wat zij kunnen verwachten.”

“Vaak is er geen sprake van een daadwerkelijke wens om te sterven, maar gaat het om een onvermogen met het huidige leven om te gaan.”

“Suïcidaliteit is iets waar mensen zich voor kunnen schamen. Ze willen liever niet dat anderen dat weten.”

“Een goed vangnet voor mensen die in crisis zijn is cruciaal en geeft de meeste kans op herstel.”

“In alle gevallen is het voor jou als naaste belangrijk om je eigen netwerk in kaart te brengen.”


Logo's samenwerkingspartners